Bodhidharma wordt traditioneel aanzien als de grondlegger van de boeddhistische Chan school (in Japan en het westen als  Zen gekend) en de Shaolin Quan school of het « Shaolin boksen » Dit woord duidt op de krijgskunsten die zich spiegelen aan de verschillende Shaolin tempels. Deze stijlen maken deel uit van het geheel van de Chinese krijgskunsten, het is te zeggen  Wushu gong fu. De shaolin quan werd onder verschillende vormen verspreid in gans Azie, onder andere in Japan en deRyūkyū eilanden, in het bijzonder op Okinawa, waar het Kempo na verloop van tijd karate werd genoemd.

Bodhidharma (Sanskrit ; chinees : Putidamo, pinyin Pútídámó of simpelweg Damo; EFEO Tamo; japans Bodaidaruma ofDaruma ; tibéteins : Dharmottara) is een Indische monnik, welke op het einde van de 5e eeuw – begin 6°eeuw geleefd heeft. Er hangt een mysterie rond deze persoon. Er bestaat maar één ooggetuigenis komende van Yang Hsuan -chih, bewoner van Lo-yang, in het actuele Honan. Deze rapportering dateert van 547 en is  Lo-yang chia-lan-chi (Anale uit de tempel van het  Lo- Yang gebergte.

Bodhidharma zou een raar individu met bleke huid geweest zijn, met gloeiende ogen en een ruige baard, en gekleed zolas  een barbaar van het zuiden (Nan). Volgens de overlevering zou hij, de oudste zoon van koning Sughanda zijn, afstammeling van Boeddha. Hierdoor hij de acht en twintigste patriarch was. Deze reis is beschreven in een Chinese kroniek die gedateerd is van 543.) Komende vanuit Indië, had hij een onderhoud met keizer Wu van de Liang dynastie (Liang Wudi ou Leang Wu Ti, beschermer van het boeddhisme in China, en had aan deze laatste uitgelegd dat desondanks al zijn goede voornemens hij geen succes gekend had. Volgens Bodhidharma zou de enige aanvaardbare en  geloofwaardige reden van het succes erin bestaan om de onmiddelijke en mystieke kennis van het oneindige te kennen.  In de zoektocht naar de verlichting zijn alles wat het boeddhisme betreft in China vertegenwoordigd (tempels, vergulde beelden, de rituelen, enz. Deze verlichting kan alleen bekomen worden door méditatie, Dhyâna in het Sanskriet. Bodhidharma, stelde aan de keizer een nieuw concept van het Mahâyâna boeddhisme voor.

De Keizer nam hem dit heel kwalijk en stuurde hem weg, hij dankte zijn leven omdat hij de volgeling van Prajnâdhara (de zevenentwintigste patriarch) was.

 

In het jaar 520, verstopte hij zich in de beroemde tempel van het kleine woud, Shaolin Shi. Nochtans lieten de monniken van de tempel hem niet binnen. Bodhidharma ging dan zitten en mediteerde gedurende 9 jaar hetwelke respect afdwong bij de monniken. Hij ontdekte dat de monniken in een slechte toestand en gezondheid verkeerde. Hij besloot dat het zoeken naar verlichting alleen door meditatie gepaard gaande met de verwaarlozing van het lichaam niet kon. Maar door het samenspel van geest en lichaam dit kon verholpen worden. Met dit doel voor ogen zou hij een reeks oefeningen ontwikkeld hebben die het lichaam fysisch ontwikkelden. Deze gevechtsvorm,dewelke in gans het land verspreid werd, putte zijn wortels uit de Indische krijgskunsten die beetje bij beetje verijkt werd met de lokale technieken uit de diverse Shaolin quan scholen. Hij liet zijn doctrine over aan Hui-Ke, dewelke beschouwd wordt als de tweede patriarch van het Shaolin Klooster.

 Deze « legende » is vandaag de dag nog steeds aanvaard als een  « waar verhaal » door vele krijgskunstpuplicaties. Hierbij dient echter gestipuleerd te worden dat :

    • Een legende een herschrijving is van historische feiten.
    • De orale of schriftelijke overbrenging van een legende luistert naar filosofische, religieuze, morele of idéologische tijden.
    •  Daarbij kunnen er missingen plaatsvinden door deze teksten naar een andere occidentale taal over te brengen .Veronderstellen we dat de vertaling correct is, welke is dan zijn betekenis? Welke taal gebruikte Bodidharma als hij zich tot de auteur richte? Sprak hij vlot chinees? Wou hij echt zeggen dat hij honderd vijftig jaar was. In dit geval, zei Bodhidharma dat wat hij dacht dat de waarheid was of sprak hij in raadseltaal, op de manier waarop hij later de chan en Zen monniken zouden spreken.?

Omdat de archieven van de Shaolin tempel in 1928 verbrand zijn, is het onwaarschijnlijk dat men andere documenten zal vinden bewijzend dat Bodhidharma zijn plaats als chan, zen- en krijgskunstpatriarch verdient. Nochtans getuigen de moderne krijgskunsten dat dit onderricht echt overleefd.